U bevindt zich op: Home Symposium Symposium 2016 Verslag en impressie symposium 2016 Beschrijvingen van de workshops

Beschrijvingen van de workshops

Symposium 'Hoe komen we samen tot oplossingen'
14 oktober 2016 in de Brabanthallen in 's-Hertogenbosch

Let op: Inschrijving voor de workshops kan tijdens de speeddate tijdens het symposium op 14 oktober. 

WORKSHOP 1: Is het mogelijk om dierenwelzijn en humane gezondheid te combineren: bieden innovatieve stalsystemen een oplossing?

Stalsystemen die ontworpen worden voor dierenwelzijn betekenen vaak meer ruimte en beweging voor dieren, Uit onderzoek blijkt dat benedenwinds van stallen hogere belasting is aan stof, endotoxinen en micro-organismen. Daarmee lijkt een aanpak waarbij dierenwelzijn, diergezondheid en humane gezondheid aandacht krijgt nodig. Ondernemers en onderzoekers zoeken oplossingen voor ontstane dilemma’s en hoe zij bij innovatieve stalsystemen ook rekening kunnen houden met humaan en dier gezondheid. Zijn innovatieve stalsystemen een oplossing? 

WORKSHOP 2: One-health in de lokale praktijk: draagt Samedi bij aan betere samenwerking en betere diagnose en behandeling?

Jos Peerlings, Specialist Dier bij ZLTO

Huisartsen en dierenartsen in zes Brabantse gemeenten zijn positief over de samenwerking in het project ‘Samenwerking Medici en Dierenartsen’ (SaMeDi). Dit project is ruim twee jaar geleden door ZLTO geïnitieerd om meer contact tussen veehouders, huisartsen en dierenartsen te organiseren. Zorgen deze korte lijntjes voor uitwisseling van kennis over zoönosen en resistente bacteriën? En leidt het tot betere samenwerking, diagnose en behandeling?

WORKSHOP 3: Visie veehouderij en gezondheid: hoe maak je die samen en hoe breng je het in praktijk?

Merijn Broeders, beleidsmedewerker bij gemeente Oss

In Oss leven en werken veel mensen in en rond de agrarische sector. De gemeente Oss staat voor een sterke en gezonde agrarische sector. In de regio spelen verschillende discussies over gezondheidsrisico’s rond veehouderij. De uitbraak van de Q-koorts in de gemeente is een concrete aanleiding geweest voor deze discussies. De gemeente Oss heeft onderzocht welke gezondheidsrisico’s bekend zijn en welke juridische mogelijkheden er zijn om deze aan te pakken. Hoe vertaalt zich dit naar de lokale situatie?

WORKSHOP 4: Veehouderij en gezondheid, het voldoet aan de regels maar is het ook gezond?

Rik van de Weerdt, medisch milieukundig arts bij GGD-en Gelderland en Overijssel

Gezondheidsrisico’s en (milieu)normen zijn soms onvergelijkbaar, hebben verschillende achtergronden en niveaus van onzekerheid en hebben dus ook verschillende veiligheidsmarges. Dit geldt ook voor wetgeving voor veehouderijen. In hoeverre leidt dit tot gezondheidsrisico's voor omwonenden? De gezondheidseffecten worden waarschijnlijk veroorzaakt door (een combinatie van) fijn stof, endotoxinen en micro-organismen die zich in de omgeving kunnen verspreiden. Hoe verminder je risico’s als er geen norm is?

WORKSHOP 5: Hoe krijgen en houden we samen het buitengebied in balans?

Hans Corsten, secretaris bij Gebiedsbureau Weert, Nederweert en Leudal en Buitengebied in Balans

Hoe creëer je een buitengebied waar het prettig wonen, werken en leven is en waar ruimte is voor dynamiek en innovatie? De Limburgse Peelgemeente Nederweert formuleerde hier een antwoord op met het programma Buitengebied in Balans. Via praktijkcasussen wordt volop geëxperimenteerd met deze vernieuwende aanpak. Het leggen van verbindingen en een integrale benadering van alle betrokkenen staan centraal. De belangrijkste conclusie is dat de aanpak werkt, maar dat de resultaten vaak nog onbevredigd zijn, omdat beschikbare instrumenten ontbreken. Met welke nieuwe manieren van denken, originele samenwerkingen en een verfrissende kijk op regelgeving, ontstaat er een vitaal platteland waar iedereen op zijn of haar manier van kan profiteren en van kan leren?

WORKSHOP 6: Wat leveren Best Beschikbare Technieken (BBT) op voor dier en humane gezondheid en zijn ze toepasbaar in vergunningen?

Albert Winkel, onderzoeker bij Wageningen Livestock Research

De toename van schaalgrootte in de veehouderij en het optreden van zoönosen als Q-koorts hebben de laatste jaren geleid tot zorg over mogelijke gezondheidseffecten van veehouderijbedrijven op omwonenden, met name t.a.v. de uitstoot van verontreinigingen als stofdeeltjes, endotoxinen (ontstekingsbevorderende celwandfragmenten van Gramnegatieve bacteriën) en micro-organismen via de ventilatielucht. Welke technieken zijn er beschikbaar om deze emissies te reduceren en wat levert het op voor de volksgezondheid en wat zijn de effecten voor diergezondheid? Hoe kunnen deze maatregelen in vergunningen als best beschikbare techniek opgenomen worden?

WORKSHOP 7: Zijn we in staat om bij een zoonose uitbraak snel en afdoende te reageren?

Piet Vellema, dierenarts en sectorhoofd kleine herkauwers bij Gezondheidsdienst voor Dieren, & Ashis Brahma, arts infectieziektenbestrijding bij GGD 

Mensen maken zicht ongerust over de uitbraak van dierziekten waar mensen ook ziek van kunnen worden. Deskundigen stellen dat het een hele kleine kans is. Echter als het wel gebeurt, kan het een groot effect hebben. De laatste jaren is er veel gebeurd en we hebben nu onder andere een landelijke signaleringsstructuur. Is die landelijke signaleringsstructuur geschikt om snel te reageren en snel de juiste maatregelen in gang te zetten? En stelt dit systeem de mensen die zich zorgen maken over de uitbraak van zoönosen, gerust of is daar meer voor nodig?

WORKSHOP 8: Hoe gezondheid meewegen in vergunningverlening?

Frank Toemen, vergunningverlener bij Omgevingsdienst De Vallei

Door het grote aantal landbouwhuisdieren in de Veluwse Vallei, met name kippen, is de achtergrondconcentratie fijnstof, geur en ammoniak daar erg hoog. Ondanks milieuvergunningverlening, met daarin aandacht voor die aspecten, neemt de achtergrondconcentratie voortdurend toe. Dat is slecht voor de gezondheid en dat beseffen bestuurders. Gemeenten/omgevingsdienst zullen de werkwijze danig moeten aanpassen. De wettelijke mogelijkheden zijn beperkt. Met de wijzigingen in het Activiteitenbesluit, waarmee veel intensieve veehouderijbedrijven meldingsplichtig zijn geworden, is die beperking nog verder toegenomen. Hoe wegen we gezondheid mee in de vergunningverlening? 

WORKSHOP 9: ‘When the shit hits the fan’: leveren een mestdialoog en burgerparticipatie de oplossing?

Jan Buys, beleidsmedewerker bij Provincie Noord-Brabant

In Brabant is de aanpak rondom mestbeleid een actueel onderwerp. De provincie licht de verkenning van de oplossingsrichtingen toe. Zoals, van geen opslag drijfmest op de veehouderijbedrijven, naar grootschalige mestverwerking op een bedrijventerrein. Een werkgroep buigt zich over een toetsingskader gezondheid. Welke vorm van mestbewerking behartigt optimaal de uiteenlopende belangen?

WORKSHOP 10: In het licht van maatschappelijke zorgen: wat zijn de kansen voor grootschalige mestverwerking?

John van Paassen, directielid bij Kumac BV

Kumac BV is als mestverwerkingsfabriek in 2007 gestart mest met innovatie technieken te verwerken van een veertigtal varkenshouders tot waardevolle bemestingsstoffen voor de plant. Regelmatig worden aan Van Paassen vragen gesteld over mogelijke volksgezondheidsrisico’s die de mestverwerking met zich meebrengt. Dit vraagt een goede communicatie over de veiligheid en volksgezondheidsrisico’s van de toegepaste mestverwerkingstechniek. Wat zijn de kansen voor grootschalige mestverwerking enerzijds en hoe ga je om met zorgen die er leven m.b.t. volksgezondheidsrisico’s anderzijds?

Zoeken:

Service