Geurhinder

Wanneer iemand geur waarneemt, wordt eerst beoordeeld wat de betekenis van deze geur is. Wordt de geur als onaangenaam of de situatie als potentieel bedreigend beschouwd, dan kan dit leiden tot (ernstige) hinder en/of verstoring van gedrag of activiteiten, bijvoorbeeld het sluiten van ramen.

Is hinder een gezondheidseffect?

Op basis van de definities van de WHO en de Gezondheidsraad kan hinder als een gezondheidseffect geïnterpreteerd worden. Volgens de definitie van de WHO is gezondheid een toestand van volledig lichamelijk, mentaal en sociaal welbevinden en niet slechts de afwezigheid van ziekte. De Gezondheidsraad hanteert als definitie van hinder: een gevoel van afkeer, boosheid, onbehagen, onvoldaanheid of gekwetstheid, dat optreedt wanneer een milieufactor iemands gedachten, gevoelens of activiteiten negatief beïnvloedt. Als iemand hinder ervaart heeft dit dus effect op zijn of haar welzijn. Hinder is daarmee te beschouwen als een gezondheidseffect. Zodra een geur kan worden waargenomen kan iemand daardoor gehinderd zijn. Over het algemeen wordt het aanvaardbaar geacht als er mensen soms gehinderd zijn, omdat hinder geen (ernstige) ziekte is. Maar als veel mensen zijn gehinderd in bijvoorbeeld een woonwijk, is niet te zeggen of dit aanvaardbaar is. Er zijn geen gezondheidskundige advieswaarden voor de mate van hinder. In principe is het een bestuurlijke afweging om te bepalen welke mate van hinder aanvaardbaar is. In ‘Hoeveel hinder is aanvaardbaar?’ worden hiervoor enkele handvatten gegeven.

Is alleen de geurbelasting bepalend voor hoeveel hinder er is?

Nee, niet iedereen die aan geur blootgesteld wordt zal hinder ervaren of in dezelfde mate gehinderd zijn. Naast de geurbelasting kunnen geurkarakteristieken en een groot aantal demografische, sociaaleconomische, persoonsgebonden en cognitieve kenmerken van invloed zijn op of en in welke mate hinder wordt ervaren.

Geurkarakteristieken

Of de blootstelling aan geur tot geurhinder leidt is afhankelijk van verschillende geurkarakteristieken. Vooral van invloed zijn de sterkte van de geur (geurconcentratie), de duur van de geur (hoe vaak en hoe lang komt de geur voor) en de (on)aangenaamheid van de geur (hedonische waarde). In het algemeen geldt dat meer hinder wordt ervaren als de geurconcentratie hoger is, de geur vaker wordt geroken en de geur onaangenamer is. Als men langer aan een geur wordt blootgesteld treedt gewenning op. Dit leidt tot minder hinder. Bij snelle wisselende geurconcentraties in de buitenlucht door variabele bronsterkten en weersomstandigheden zal er echter geen of minder gewenning zijn.

Demografische en sociaaleconomische kenmerken

Demografische en sociaaleconomische kenmerken beïnvloeden de mate van ervaren hinder. Jongeren en vrouwen ervaren over het algemeen meer hinder. Mensen met een hogere sociaaleconomische status (SES) rapporteren doorgaans meer klachten dan mensen met een lagere SES. Een persoon die een band heeft met de veroorzaker van de geur (bijvoorbeeld omdat men er werkt of in de sector werkzaam is) heeft vaak minder last van de geur.

Persoonsgebonden en cognitieve kenmerken

Mensen met ziekten zoals astma en allergie ervaren vaak eerder hinder dan anderen. Mensen hebben verschillende coping strategieën. Mensen met een probleemgerichte coping strategie zijn gewend het probleem aan te pakken en actie te ondernemen, dit in tegenstelling tot mensen met een vermijdende coping strategie. Mensen die in hoge mate een probleemgerichte coping strategie hebben en mensen die een sterk probleem vermijdende coping strategie hebben, ervaren meestal meer hinder dan mensen die lager scoren op deze strategieën. Cognitieve kenmerken geven aan hoe mensen informatie selecteren en verwerken. Als men afwijzend staat ten opzichte van het betreffende bedrijf en/of de overheid niet vertrouwt in het opstellen van beschermende maatregelen, zal men eerder hinder rapporteren. Dit kan ook het geval zijn als men verwacht dat de geur toeneemt in de toekomst. Als mensen geloven dat de geur, of de bron van die geur, gevaarlijk kan zijn voor hun gezondheid, dan is het mogelijk dat zij de geur sterker waarnemen en meer hinder ervaren.

Factoren die het meeste invloed hebben

Voor de meeste bovengenoemde factoren is de invloed niet in elk onderzoek aangetoond. Voor enkele factoren is wel in de meeste onderzoeken een invloed op de mate van hinder vastgesteld. Deze factoren, die meer hinder geven, zijn een hogere geurbelasting, een lage hedonische waarde (onaangename geur) en een hogere frequentie (vaker waargenomen) van de geur, een sterk probleemgerichte copingstijl, een negatieve houding ten opzichte van de bron, de verwachting dat de geur zal toenemen, bezorgdheid of angst voor gezondheidseffecten en een ervaren slechte eigen gezondheid.