Varkens in stal

De Commissie geurhinder veehouderijen heeft in april 2019 een adviesrapport gepubliceerd waarin zij stelt dat geuroverlast veel impact op het dagelijks leven van mensen heeft. Het vertrouwen tussen betrokkenen onderling en vertrouwen in de overheid en politiek is vaak ver te zoeken. Dit vraagt om structurele maatregelen en politieke keuzes om de balans te herstellen.

Op verzoek van de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft de Commissie zich verdiept in oplossingen voor de problemen met luchtwassers en geurhinder voor omwonenden in de nabijheid van veehouderijen (met name varkensstallen).

De commissie geeft in het rapport een uitgebreide analyse van de problematiek. Zij doet drie aanbevelingen voor structurele maatregelen:

  1. Stel emissiegrenswaarden waar de veehouder zich permanent aan moet houden. Niet alleen op papier, ook in de praktijk.
  2. Zorg voor meer inzicht in de effectiviteit van luchtwassers. Betrek daarbij ook de geurproductie in de stal.
  3. Leg bij de aanpak van geurproblemen meer nadruk op specifieke omstandigheden in een gebied met meer mogelijkheden voor decentrale overheden om rekening te houden met cumulatie en in te grijpen in bestaande situaties.

Bij alle drie geeft de Commissie aanbevelingen voor nader onderzoek mee. De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft daar op gereageerd in de Kamerbrief. Omdat er eerst op diverse onderdelen nog nader overleg met overheden en branche nodig is, volgt een definitieve beleidsreactie voor de zomer. Voor de aanpak op korte termijn wordt in de Kamerbrief gewezen op enkele lopende trajecten (aanpassing RgvRegeling geurhinder en veehouderij voor nieuwe situaties, warme sanering, gedoogstoppersregeling, innovatieve stal experimenten). Daarnaast wordt ingezet op een goede handhaving van het gehele stalsysteem.

Hierna volgt per aanbeveling een korte toelichting.

1. Stel emissiegrenswaarden waar de veehouder zich permanent aan moet houden. Niet alleen op papier, ook in de praktijk.

Anders dan in het huidige systeem waar de geurbelasting alleen op het moment van vergunningverlening wordt berekend, moet de veehouder zich permanent houden aan de emissiegrenswaarden. Daarvoor is vanzelfsprekend wel noodzakelijk dat de geuremissies vanuit dierenverblijven kunnen worden gemeten en gemonitord en dat dit ook daadwerkelijk gebeurt. Voordeel voor bevoegd gezag en omwonenden is dat zij de veehouder altijd kunnen aanspreken op het voldoen aan de emissiegrenswaarden. Voordeel voor de ondernemer is dat hij meer vrijheid heeft in maatregelen die hij wil treffen om aan de emissiegrenswaarden te voldoen.

Het meten en monitoren van emissiegrenswaarden is nu nog niet goed mogelijk. De staatssecretaris zet in op fundamenteel en technisch onderzoek naar het meten van geur, zoals het ontwikkelen van sensoren. Om innovatieve technieken snel in te zetten, wordt in de definitieve beleidsreactie ook ingegaan op een planning en aanpak van de gehele systematiek van de stalbeoordeling.

Nader onderzoek naar geurhinder (tekstblok)

2. Zorg voor meer inzicht in de effectiviteit van luchtwassers. Betrek daarbij ook de geurproductie in de stal.

Bij een systeem van emissiegrenswaarden is het voor een veehouder van belang dat zijn luchtwassers de beoogde geurrendementen niet alleen op papier, maar ook in de praktijk halen. Voor veehouders loont het dan om op zoek te gaan naar een goede luchtwasser. Voor luchtwassersfabrikanten loont het om de emissies uit stallen met luchtwassers verder te verlagen door de werking van luchtwassers verder te verbeteren. Op deze manier zal de keuze voor een systeem van emissiegrenswaarden de innovatie in de luchtwassermarkt ook kunnen bevorderen.

Daarnaast is de effectiviteit van de luchtwassers ook afhankelijk van hoeveel geur er in de stal geproduceerd wordt. De indruk bestaat namelijk dat de geurconcentraties en geuremissies uit de stal zelf (dus voor de luchtwasser) beduidend hoger zouden kunnen zijn dan de emissies waarvan wordt uitgegaan voor de emissieberekening van een stal met luchtwasser. Verwacht wordt dat door optimalisatie van stalklimaat, voermanagement en mestmanagement, de productie van geur en ammoniak in de stal gereduceerd zou kunnen worden, waardoor de luchtwasser ook minder zwaar belast wordt. Een bijkomend effect van minder geur en ammoniak in de stal zelf, is dat het stalklimaat welzijnsvriendelijker wordt voor de dieren in de stal en de mensen die daar werken.

Wageningen University & Research doet momenteel al onderzoek naar de wijze waarop het rendement van combiluchtwassers te verbeteren is. Het rapport wordt naar verwachting eind 2019 opgeleverd. Naast het verbeteren van luchtwassers is het volgens de staatssecretaris voor de lange termijn vooral van belang om middels een brongerichte aanpak de productie van geur in de stal te voorkomen. Het kabinet heeft een bedrag van € 40 mln beschikbaar voor de brongerichte verduurzaming van de varkenshouderij. Dit wordt uitgewerkt in een innovatie- en investeringsprogramma dat zal bestaan uit een samenhangend pakket instrumenten. Hiertoe neemt de Coalitie Vitalisering Varkenshouderij het voortouw. Deze brongerichte emissiereducerende maatregelen zijn zowel op bestaande als nieuwe stallen gericht. Hiermee worden schadelijke emissies (ammoniak, geur, methaan, fijnstof, endotoxinen) zoveel mogelijk voorkomen.

In deze uitwerking kunnen de aanbevelingen voor nader onderzoek van de Commissie een plek krijgen.

3. Leg bij de aanpak van geurproblemen meer nadruk op specifieke omstandigheden in een gebied met meer mogelijkheden voor decentrale overheden om rekening te houden met cumulatie en in te grijpen in bestaande situaties.

Bronmaatregelen kunnen een belangrijk deel zijn van een oplossing, maar alleen kijken naar individuele veehouderijen is volgens de Commissie niet voldoende. De commissie vraagt aandacht voor de cumulatie van geuroverlast van meerdere veehouderijen op één geurgevoelig object, en voor andere geur veroorzakende bronnen op het terrein van een veehouderij dan stallen (zoals mestopslag). Het is essentieel dat de aanpak van geurproblemen ingebed is in de specifieke situatie in het gebied. Een combinatie van een brongerichte aanpak met een gebiedsgerichte aanpak is nodig. Ieder gebied is anders, ieder geval van geurhinder is anders. Daarom beveelt de Commissie aan per gebied te bepalen welke aanpak van geurhinder het beste past. Het is daarvoor nodig dat gemeenten goed in beeld hebben welke knelpunten aan de orde zijn. Ook beveelt de Commissie aan om in de regulering van geurhinder gemeenten expliciet ruimte te geven voor een integrale gebiedsgerichte aanpak.

De staatssecretaris zal de mogelijkheden om rekening te houden met cumulatie van geur laten uitwerken, in samenwerking met de decentrale overheden en sectorpartijen. Met diezelfde partijen wordt gesproken over het eventueel ingrijpen in bestaande situaties door het bevoegd gezag.

Monitoring

Om te zorgen dat gemeenten de geurhinder goed in beeld hebben, vraagt de Commissie extra aandacht voor de manier waarop geurhinder wordt onderzocht. In de huidige monitoring en de interpretatie van de uitkomsten worden verschillende toetsingsmaten gecombineerd, zodat volgens de Commissie appels met peren worden vergeleken. De Commissie doet daarom enkele aanbevelingen voor nader onderzoek. Hier wordt in de Kamerbrief niet afzonderlijk op ingegaan. Dit kan wel in de gesprekken met decentrale overheden en sectorpartijen op tafel komen. Daarbij zal een nadere uitwerking nodig zijn van de onderzoeksvoorstellen van de Commissie, gericht op het beoogde gebruik van de resultaten. Zo kan in aanvulling op de voorstellen voor een geurhinder monitoring tegelijk de geurbelasting in kaart gebracht worden om de bruikbaarheid van de monitorresultaten te vergroten. Ook zal bepaald moeten worden wat aanvaardbare percentages (mate van) hinder zijn en hoe die zich verhouden tot de vergunningverlening en handhaving.