Amerikaanse vlag

In een recente Amerikaanse studie in een deel van de staat North Carolina, is gekeken naar de relatie tussen sterfte, de gezondheid van mensen en de nabijheid tot varkensbedrijven. Onder de bevolking die dichtbij varkensbedrijven woont wordt een verhoogde totale sterfte gevonden, een verhoogde babysterfte en sterfte door anemie, nierziekten, tuberculose, sepsis; en daarnaast meer ziekenhuisopnames van baby’s wegens laag geboortegewicht.

De conclusie van deze studie klinkt vrij ernstig en dat was aanleiding voor enkele leden om het Kennisplatform te vragen om een nadere duiding van deze uitkomsten. Belangrijk daarbij is of de gevonden uitkomsten eenduidig te verbinden zijn aan de varkenshouderij.

De hoofdboodschap is dat in deze studie naar zeer uiteenlopende gezondheidsuitkomsten is gekeken die niets met elkaar te maken hebben, en ook is niet duidelijk hoe de varkenshouderij dergelijke effecten zou kunnen veroorzaken. Het moet dan ook als een explorerend, hypothese-genererend onderzoek worden gezien, waaraan geen conclusies verbonden kunnen worden.

Studie opzet: explorerend en hypothese-genererend

Het Amerikaanse onderzoek betreft een ecologische studie. Een ecologische studie is een studie waarin gekeken wordt naar ziekte en gezondheid in gebieden en waarin de verschillende gebieden met elkaar worden vergeleken. Er is geen informatie op individueel niveau aanwezig over de determinanten van ziekte en verstorende variabelen (sociaal economische status, roken, etc.). Ook die zijn slechts op gebiedsniveau bekend. Daardoor is het onmogelijk om een causale relatie tussen determinanten en uitkomstmaten aan te tonen. Dit wordt door de auteurs zelf ook duidelijk aangeven.

Er is naar zeer wisselende uitkomsten gekeken die niets met elkaar te maken hebben en waarvan het eventuele biologisch mechanisme in relatie tot veehouderij onduidelijk is. Het moet dan ook als een explorerend, hypothese -genererend onderzoek worden gezien waar geen conclusies aan verbonden kunnen worden.

Het is begrijpelijk dat de auteurs oproepen tot verder onderzoek. Ecologische studies kunnen slechts aanwijzingen opleveren die bevestigd moeten worden in goed ontworpen epidemiologische studies. In dergelijk vervolgonderzoek zou het belang van sociaal-economische factoren en aanvullende omgevingsfactoren uitgebreider bekeken moeten worden.

Correctie voor sociaal-economische status

Een belangrijke vraag is of de onderzoekers er wel in geslaagd zijn om voldoende te corrigeren voor het effect van sociaal-economische status (SESSociaal Economische Status ). Het is algemeen bekend dat er grote verschillen zijn in levensverwachting tussen verschillende sociaal-economische klassen. Die verschillen zijn in de VS nog meer uitgesproken dan in Nederland/West-Europa. In het onderzoekgebied is sprake van een bevolking met relatief lage SES, laag opleidingsniveau, meer zwarte en indiaanse bevolking. Deze factoren hebben een zeer groot effect op sterfte en andere gezondheidsmaten. Het artikel geeft aan dat gecorrigeerd is voor verschillen in SES maar dit wordt niet duidelijk vanuit de gepresenteerde resultaten.

Bijvoorbeeld de tekst vermeld dat voor 6 factoren wordt gecorrigeerd in een multivariate analyse en daarbij wordt verwezen naar Tabel 3. De titel van de betreffende tabel vermeldt alleen dat de resultaten 'age-adjusted' zijn. In Tabel 4 wordt wel genoemd dat gecorrigeerd is voor leeftijd, inkomen, opleidingsniveau, rookgedrag en toegang tot eerstelijnsgezondheidszorg, maar de grootte van het effect van die belangrijke factoren is nergens te vinden.

Algemeen geldt dat correctie voor SES in een ecologische studie zoals deze, in de meeste gevallen onvolledig zal zijn. Ook kan het zijn dat de correctie kunstmatige verbanden introduceert. Ecologische studies kunnen in verband hiermee op zijn best slechts aanwijzingen opleveren en worden daarom als zeer zwak bewijs voor associaties gezien.

Aanvullende omgevingsfactoren

Er is niet gekeken naar kenmerken van de varkenshouderijen of naar emissies van varkenshouderijen. Er is dan ook geen vergelijking met de Nederlandse situatie mogelijk. Bekend is dat Amerikaanse varkensbedrijven op een aantal punten kunnen afwijken, zoals in de omgang met meststromen.

 Een andere belangrijke beperking (door de auteurs zelf aangegeven) is dat alleen naar varkensbedrijven is gekeken en niet naar andere veehouderijen.