Onder rundveehouderijen verstaan we bedrijven voor melkvee en voor vleeskalveren. Waar nodig beantwoorden we vragen apart per type bedrijf.

De stallen voor melkvee en die voor vleeskalveren verschillen op een paar punten. Dit kan gevolgen hebben voor de gezondheid van omwonenden. De stallen hebben de volgende kenmerken:

Stallen voor melkvee

  • Melkveestallen worden vrijwel altijd natuurlijk geventileerd. Vaak zijn de zijgevels en de nok open over de lengte van de hele stal. Er stroomt veel verse lucht door deze stallen.
  • De uitstoot van emissies wordt hierdoor verdund en vindt over een groot oppervlak plaats.

Stallen voor vleeskalveren

  • Stallen voor vleeskalveren worden meestal mechanisch geventileerd met de luchtinlaat via open deuren/luiken en de luchtuitlaat via ventilatiekokers in het dak of via luchtwassers. De uitstoot vindt hier dus geconcentreerd plaats vanuit specifieke emissiepunten.
  • Luchtwassers kunnen hierbij mogelijk verspreiding van micro-organismen verminderen, maar er is nog weinig bekend over hoe effectief dit is.
    • Er zijn twee soorten luchtwassers: chemische luchtwassers en gecombineerde luchtwassers op basis van zwavelzuur. Deze zijn matig effectief in het verwijderen en doden van micro-organismen.
    • biologische luchtwassers en ‘biobedden’: deze veroorzaken een eigen uitstoot van micro-organismen en endotoxinen uit het organische filterbed naar de leefomgeving. Het is niet bekend in welke mate hierin ziekteverwekkende micro-organismen voorkomen.

De volgende onderzoekslijnen kijken naar mogelijke relaties tussen rundveehouderijen en gezondheidsrisico’s bij omwonenden of kwetsbare groepen die langdurig in de buurt verblijven:

  • Zoönosen
    Er zijn geen concrete aanwijzingen dat de rundveehouderij een bron is van zoönosen in de omgeving.

  • Antibioticaresistentie
    Antibioticaresistentie komt meer voor in de vleeskalverhouderij dan in de melkveehouderij. Mensen die recent bij een kalverhouderij zijn geweest, hebben meer kans om resistente bacteriën bij zich te dragen.

  • Fijnstof
    De uitstoot van fijnstof (als drager van ziektekiemen) van melkvee is net als bij geiten een stuk lager dan bij pluimvee en varkens. De afstand waarop nog verhoogde concentraties luchtverontreiniging te meten zijn, is sterk afhankelijk van de kenmerken van het veehouderijbedrijf, van de lokale omgeving en de actuele meteorologische omstandigheden.

  • Ammoniak
    De meeste uitstoot van ammoniak in Nederland komt van de rundveesector. Ammoniakemissies leveren een bijdrage aan de vorming van secundair fijnstof in de lucht via chemische reacties in de atmosfeer.

  • Endotoxinen
    Ook de melkveesector draagt bij aan de concentraties van endotoxinen waaraan omwonenden blootstaan. Aannemelijk is dat alle diersoortencategorieën die bijdragen aan de blootstelling aan endotoxinen op woonadressen een aandeel hebben in de gevonden relaties tussen blootstelling van omwonenden en gezondheidseffecten.

  • Geur
    In een grootschalig onderzoek naar de relatie tussen geurbelasting door de veehouderij en hinder die omwonenden ervaren, is onderscheid gemaakt naar geurbronnen. Van de verschillende agrarische geurbronnen bleek bij rundveehouderijen alleen het uitrijden van mest en stallen een substantiële bijdrage te leveren aan de totale geurhinder als gevolg van landbouw.

  • Allergenen
    Voor zover bekend komt allergie voor koe-allergenen onder Nederlandse rundveehouders weinig voor. Een allergische reactie op koe-allergenen- kan leiden tot luchtwegproblemen bij melkveehouders.