WORKSHOP 1. Het gesprek tussen boer en burger

Naar principes en toepassingen voor een effectieve dialoog

Het voeren van een dialoog met de omgeving is voor veehouders een vast onderdeel geworden bij het realiseren van hun toekomstplannen. De buurt betrekken, samen kijken wat er mogelijk is. Het klinkt ideaal, maar ondernemers willen hun plannen graag snel realiseren en de bewoners in de buurt willen wat terugzien van de geuite bezwaren. Lang niet altijd leidt de omgevingsdialoog tot tevredenheid bij de betrokkenen. Noelle Aarts neemt u mee langs voetangels en klemmen bij het voeren van een dialoog. Wat is een dialoog eigenlijk? Welke natuurlijke neigingen van mensen zitten de dialoog in de weg? Tijdens een interactief college, met een duidelijke link naar uw eigen praktijk doet u kennis op over voorwaarden voor en principes van een ware dialoog.

Prof. Dr. Noelle Aarts, hoogleraar Socio-Ecologische Interacties aan de Radboud Universiteit, doet onderzoek naar gesprekken tussen belanghebbenden bij complexe veranderingstrajecten rondom natuur, mens-dierrelaties en landgebruik. Zij is gespecialiseerd in de analyse van frames die mensen construeren en de effecten daarvan op de aard en het verloop van gesprekken. In de afgelopen jaren heeft zij veel ervaring opgedaan met het trainen van onder andere gemeentelijke teams in het voeren van de dialoog.

WORKSHOP 2. Meer grip op luchtkwaliteit door samen te meten

Boeren, omwonenden en gemeente gaan samen meten onder begeleiding van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Mensen gaan steeds vaker zelf de luchtkwaliteit meten. Ze worden daarin gestimuleerd door ontwikkelingen in ICT en sensortechnologie. De GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst'en krijgen hierover in toenemende mate vragen, ook vanuit omwonenden van veehouderijen. Het RIVM doet onderzoek naar hoe zij mensen kan helpen bij het doen van zo goed mogelijke metingen en hoe zij de nieuwe metingen kan gebruiken in de nationale monitoring. Rondom veehouderijen ontstaan ook meetinitiatieven. Vanuit omwonenden vooral door ervaren geurhinder en zorgen om de gezondheid; vanuit de boeren door de behoefte aan meer inzicht in hun uitstoot en wat zij daar zelf aan kunnen doen. In de gemeente Venray start in maart 2019 het project "Boeren en Buren". Daarin gaan boeren, omwonenden en gemeente onder begeleiding van het RIVM samen meten. Het project past goed in de zoektocht naar de veranderende verhouding tussen overheid, burger en boer. Welke mogelijkheden biedt lokaal meten aan deze partijen?

In deze workshop gaan we na enkele inleidingen uit de praktijk met elkaar in gesprek over de mogelijkheden en onmogelijkheden van zelf meten van luchtkwaliteit. Welke kansen biedt het, welke risico’s zijn er en hoe gaan we daarmee om?

Marita Voogd, RIVM – projectleider Boeren en Buren

Jeroen Devilee, RIVM – onderzoeker citizen science

WORKSHOP 3. Hoe vergelijk je verschillende fijnstofbronnen?

Wat maakt het lastig om die vergelijking te maken?

Veehouders en gemeenten vragen zich af hoe groot de bijdrage van de veehouderij aan fijnstofblootstelling is ten opzichte van de blootstelling vanuit verkeer, industrie en houtrook. Is het wel mogelijk om hiervan een vergelijking te maken om zo het effect op de gezondheid van omwonenden te bepalen? En wat maakt vergelijken zo lastig? Hoe ver zijn we om antwoorden te kunnen geven; en hoe kunnen beleidsmakers deze kennis gebruiken bij hun besluitvorming? In deze workshop verkennen we samen waarom het zo moeilijk is om de relatie intensieve veehouderij en gezondheid in perspectief te zetten met andere milieudeterminanten in de leefomgeving.

Rik van de Weerdt, arts M&G Medische Milieukunde GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst’en Gelderland & Overijssel

Prof. Dr. Dick Heederik, IRASInstitute for Risk Assessment Sciences Universiteit Utrecht

WORKSHOP 4. Van grasspriet tot vanillevla

Analyse van de ketens van dierlijke producten en hoe maken we die transparant?

De veehouderijsector is groot en de handelsstromen zijn sterk internationaal. Mede daardoor zijn ketens vaak niet transparant. Het is voor bijvoorbeeld een ambachtelijke slager bijna onmogelijk te achterhalen wat de exacte herkomst van het door hem ingekochte vlees is en welk voer de dieren hebben gegeten. De levenscyclusanalyse (LCA) helpt ketens te structureren en maak het mogelijk om milieubeoordelingen van diverse milieueffecten van zo’n keten uit te voeren. Ketenanalyse vergemakkelijkt ook de bepaling van bijvoorbeeld gezondheidseffecten en/of sociaaleconomische aspecten rond de veehouderij.

In deze workshop gaan we aan de gang met het begrip ketenanalyse en er zal op hoofdlijnen ingegaan worden op de techniek van LCA. Daarna denken we samen na over hoe we kunnen zorgen dat de transparantie in de veehouderijketens richting producent en eindgebruiker verbetert.

Anne Hollander en Michiel Zijp, RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu – onderzoekers LCA

Bram Bos, Wageningen Research

WORKSHOP 5. Op bezoek bij de zorgboerderij

Aandacht voor gezondheid op zorg- en recreatieboerderijen

De aanwezigheid en de aaibaarheid van dieren op de zorgboerderij spreekt veel mensen aan. Daarom komen steeds meer ouderen, zwangere vrouwen, kleine kinderen en mensen met een verminderde weerstand op recreatieboerderijen en zorgboerderijen. Het contact tussen mens en dier roept vanuit het oogpunt van humane gezondheid een aantal belangrijke nieuwe vragen op. Waar moeten bezoekers en veehouders rekening mee houden? Hoe kunnen we het gastvrije karakter van de boerderij behouden zonder voorbij te gaan aan risico’s voor gezondheid en veiligheid.

In deze workshop verkennen we samen de positieve effecten en de risico’s van zorg- en recreatiebedrijven voor hun bezoekers.

Martien Bokma, Wageningen Research

WORKSHOP 6. Zinnig ammoniakbeleid in uw gemeente

Mogelijkheden en onmogelijkheden om modellen uit ammoniakonderzoek te benutten voor beleid

Te veel fijnstof heeft grote risico's voor de gezondheid. Ammoniak blijkt in een chemische reactie met zwaveldioxide en stikstofoxiden een belangrijke bijdrage te leveren aan de vorming van fijnstof, het zogenaamde secundaire fijnstof. Maar wat is daarover nu precies bekend? En hoe gaat de overheid daarmee om bij beleidsvorming dadelijk in het omgevingsplan? Wat is de mate waarin een gemeente secundair fijnstof kan beïnvloeden, in de wetenschap dat achtergrondbelasting een heel grote bijdrage levert? En kun je in vergunningverlening voldoende aanknopingspunten vinden om extra voorwaarden te stellen aan ammoniakemissies? En zeker niet onbelangrijk, hoe overtuig je veehouders dat maatregelen nodig zijn, terwijl zij van mening zijn dat de zwarte piet én de kosten ten onrechte alleen bij hen gelegd worden?

In deze workshop willen we met u van gedachten wisselen over deze vragen. Er is inbreng van deskundigen, maar ook van mensen die hiermee in de praktijk moeten omgaan. En natuurlijk zijn we met name geïnteresseerd in de vragen én oplossingen die u heeft.

Harrie Deckers, LLTB; samen met RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en een gemeente

WORKSHOP 7. Liever een biologische boer in de buurt?

Biologische veehouderij: dilemma en worsteling rond imago en feiten

De biologische veehouderij heeft een goed imago, maar de sector is ook niet onomstreden of vrij van maatschappelijke discussie. Door het open systeem met vrije uitloop zijn er specifieke risico’s zoals rond zoönosen en fijnstof. Waar biologische veehouderij uit wil breiden of daar waar besmetting plaatsvindt zijn er net zo goed discussies met omwonenden als bij gangbare veehouderij.

In deze workshop neemt Ijsbrand Snoeij u mee bij de afwegingen die de biologische sector en hijzelf als ondernemer maakt, waar het gaat om gezondheidseffecten voor omwonenden. Ijsbrand is naast bestuurder ook ‘zorgboer met vee’, werkt met kwetsbare groepen en ontvangt veel consumenten op zijn erf.

IJsbrand Snoeij, voorzitter van de belangenorganisatie Biohuis

WORKSHOP 8. Wanneer is het gezond genoeg?

Hoe ver moet je gaan om gezondheidsrisico’s weg te nemen? Zoeken naar antwoorden vanuit de ethiek.

De aanpak van problemen op het snijvlak van veehouderij en volksgezondheid veronderstelt kennis en kunde op verschillende wetenschappelijke terreinen, zoals de biologie, diergeneeskunde en humane geneeskunde. Maar meer dan eens zijn er vragen die met deze empirische disciplines niet goed zijn te beantwoorden. Vragen die niet gaan over het ‘hoe’ en ‘wat’ van de veehouderij of de gezondheid, maar om het ‘waarom’ en ‘waartoe’. Denk bijvoorbeeld aan: Mogen sommige mensen meer gezondheidsrisico lopen, zoals professionals, omwonenden, of kwetsbare groepen? En hoe zit het met dieren? Of: Hoe weeg je dierenwelzijn of humane gezondheid ten opzichte van productieverlies? Nadenken over deze vragen en zoeken naar antwoorden is het terrein van de filosofie, in het bijzonder de ethiek.

In deze workshop gaan we aan de hand van enkele voorbeelden met elkaar in gesprek of en hoe je dit soort vragen onderbouwd kunt aanpakken. Franck Meyboom, Universiteit Utrecht - faculteit Diergeneeskunde en Ethiek Instituut

WORKSHOP 9. Herenboeren als nieuw sociaal voedselarrangement

Maximale verwevenheid van de voedselproductie met de maatschappij

De LNV visie beschrijft de noodzaak van nieuwe ‘inclusieve voedselarrangementen’ op basis van nieuwe waardering en maatschappelijke verbondenheid. Een vorm met een radicaal nieuwe benadering is het concept van de Herenboeren. Niet de maximale productie en kostprijsbeheersing staat centraal, maar waardecreatie op economisch, ecologisch en sociaal gebied. Burgers en consument als eigenaar en herenboer van het volledig gemengd en natuur inclusief boerenbedrijf.

In deze workshop neemt Geert van der Veer, initiatiefnemer van Herenboeren Nederland u mee in de ontwikkeling van het bedrijf en gaat hierover met u in gesprek. Over kansen en obstakels. Over hoe wederzijdse afhankelijkheid tot nut verheven kan worden, hoe je als boer gewenst bent (of hoe dit ook kan kantelen), over de license to exist en de kansen van nationale opschaling.

Geert van der Veer, initiatiefnemer Herenboeren Nederland

WORKSHOP 10. Eerste hulp voor gemeenten

Beoordeling gezondheid van omwonenden en intensieve veehouderij een lastige klus

Uit onderzoeken blijkt dat de intensieve veehouderij invloed heeft op de gezondheid van omwonenden. Het is de taak van het bevoegd gezag (gemeente en omgevingsdienst) om dit gegeven mee te nemen in haar beleid en bij de beoordeling van ontwikkelplannen van veehouders. Die beoordeling wordt steeds meer integraal: milieubelasting + woon- en leefklimaat + gezondheid. Dat is nieuw en lastig. Waar is de kennis en wie biedt hulp?

In deze workshop gaan we aan de hand van praktijkcasussen duidelijk maken wat de problemen zijn die het bevoegd gezag kan tegen komen en wat het Kennisplatform daarvoor te bieden heeft.

Frank Toemen, Omgevingsdienst De Vallei – milieu adviseur

Jan Willem Strebus, directeur Omgevingsdienst Twente