De mogelijke vestiging van een geitenhouderij in Muizenhol (provincie Noord-Brabant, gemeente Gemert/Bakel) was aanleiding tot veel vragen van omwonenden, huisartsen, GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst en gemeente. Het Kennisplatform Veehouderij en humane gezondheid heeft die vragen ontvangen via de GGD. De vragen zijn voorgelegd aan experts binnen het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu), Wageningen University & Research (WURWageningen University &Research) en binnen het Institute for Risk Assessment Sciences (IRASInstitute for Risk Assessment Sciences ) van de Universiteit Utrecht.

Milieufactoren van geitenhouderijen en gezondheid

Omwonenden van veehouderijen maken zich zorgen om de uitstoot, vooral over fijnstof/endotoxinen, ammoniak en bacteriën. Zij vragen zich af welke gezondheidseffecten deze uitstoot kan hebben en op welke afstand van een bedrijf je veilig kunt wonen. Daarnaast zijn er zorgen over geurhinder en de mogelijke gezondheidseffecten daarvan.

Overige dierziekten

Naast Q-koorts kunnen geiten door andere infectiezieken worden getroffen. Twee van deze ziektes riepen vragen op: Caprine arthritis encefalitis (CAECaprine arthritis encefalitis (CAE) is een persisterende virusinfectie bij geiten , een virusinfectie) en Caseous lymfadenitis (CLCaseous lymfadenitis (CL) is een bacteriële aandoening ), een bacteriële infectie veroorzaakt door Corynebacterium pseudotuberculosis.

Reducerende maatregelen/afstanden

Bij het treffen van maatregelen om de uitstoot uit veehouderijen te verminderen gaat het allereerst om wettelijke verplichte maatregelen. Daarnaast kunnen er extra maatregelen boven de wettelijke verplichting worden getroffen. Sommige van deze maatregelen zou de gemeente redelijkerwijs in de vergunning kunnen opnemen. Andere maatregelen kunnen alleen in overleg met de ondernemer op basis van vrijwilligheid getroffen worden.

Direct naar

Vragen en antwoorden

Vragen en antwoorden